BE BADASS

Jasmien Witvrouwen

4 jul. 2022

Be badass

We zijn maart 2019, na een maand aftellen mag ik dan eindelijk op revalidatie.

De intake voelt als het sollicitatie gesprek voor pony-kamp ; één langgerekt feest waar beter worden de missie is. Ik ga me niet laten kennen in dit clubje van anarchistische oudjes. Gehuld in elegant trainingspak inclusief steunkousen en een badmuts met bloemen huppel ik met opgewekte tred naar het hospitaal. Een vrijwilliger verwelkomt me en geeft de instructies “de inkomhal door, lift naar beneden, dan de gele pijlen volgen”.

Stoer zwaai ik de deur open waarop staat “cardio-revalidatie”.

Al snel blijkt dat mijn kledingkeuze de juiste is ; ze past prima bij de lelijke stickers op de deuren, de limoengroene balie en de goedkope cheesy heart-quotes die de muren van deze afdeling schaamteloos vullen.

Ik meld me aan met een big smile; de baliebediende checkt zeker drie keer of mijn paspoort en leeftijd daadwerkelijk overeenstemmen met wie er op haar genodigdenlijst staat en na wat wenkbrauw-fronsen en een medelevende blik -daar heb je ‘m weer- krijg ik een hardboard met inschrijvingsformulier.


Snel snel tover ik mijn roze glinsterende pen uit mijn tas en begin ik als een speels en overenthousiast kind aan de vragenlijst die opnieuw gedecoreerd is met goedkope taal. “Een zachte start, goed voor je hart” staat er te lezen ; en ik besluit dat de Happy Pills-tijd zeker nog niet achter mij ligt.


Twijfelend trek ik een streep door de quote, om vervolgens neer te pennen ; “Go heart, and go deep” - en krabbel er een een mini penisje naast.

Een onvergetelijke eerste indruk.

Nog voordat ik mijn schunnig schetsje kan afwerken word ik binnengeroepen voor een eerste proef. Half naakt op een fiets; met een luchtpijp in de keel en een claustrofobisch masker op moet ik beginnen trappen, bergen beklimmen. Daar gaat mijn elegant gevoel, om nog maar te zwijgen over mijn eigenwaarde. Het druipt langzaam samen met mijn zweet langs mijn rug naar beneden.


De kamer is gevuld met een zweetgeur die niet te harden is. Ik knijp mijn neus onopvallend dicht en wacht met opgespannen billen op de stoel die plakkerig aanvoelt op het resultaat van mijn tekst. De cardioloog kijkt me aan en verteld beleefd dat mijn prestatie niet geweldig is. Hoe kan het ook anders, mijn conditie is die van een twintiger die net haar eerste hartaanval achter de rug heeft ; dus ik word toegelaten tot de heart-tribe; het clubje oudjes dat samenkomt op dinsdag en donderdag om 10u.

Vanaf nu mag ik 6 maanden pompen, twee keer per week fitnessen met hartslagmeters en zuurstofknijpertjes aan mijn vinger. Bezwete fietszadels beklimmen en loopbanden saboteren. Ik zie dat wel zitten.

Er is Eugeen ; een tachtiger die altijd zucht en niet kan zwijgen over de Duvel die hij na deze sessie gezellig zou binnenwerken op het terras van de cafetaria, vergezeld van zijn sigaretje en een krant. Lydie die dan weer honderduit over haar seksleven praat, en Christie die heel hard kan zagen.

Dirk heeft twee zotte honden en Metje kan niet met de auto reiden.

Vrienden maak je overal. En ik moet me bedwingen Radio Minerva niet een decibel luider te draaien.


Mij kan niets gebeuren ; deze lekker ondeugende oudjes naast me op de fiets kruipen recht naar mijn hart.



Iemand een chip’ke?